Voor ➍ personen4 kippenbouten*
2 teentjes knoflook
1 el sap van citroen
3 el za’atar
70 g granaatappelpitten
1 bosje bladpeterselie
1 bosje dille
4 el olijfolie
50 g boter**
2 grote gele uien
250 g basmatirijst
40 cl gevogeltefond
75 g groene pistachenoten
1 tl pilipili
1 bosje koriander
Pel de look en snipper fijn.
Snij de kippenbouten op het gewricht doormidden en doe ze in een kom. Besprenkel met olijfolie en citroensap. Bestrooi met 1 tl zout en de looksnippers. Schep door elkaar en zet minstens 2 u koel.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Bak de kip ± 7 m met de velkant naar beneden goudbruin en krokant in een braadpan.
Schik in een ovenschaal, bestrooi de velkant met za’atar en rooster nog 10 m.
Blus de braadpan met gevogeltefond en verwarm.
Pel de uien en snij in fijne halve ringen. Hak de pistachenoten grof.
Spoel de rijst onder stromend water tot het spoelwater helder is. Verwarm de boter en olie voor in een ondiepe wijde gietijzeren pot. Voeg de uienringen toe, bestrooi met zout en bak 15 m tot ze karamelliseren. Roer de rijst, pistachenoten, pilipili en warme gevogeltefond erdoor. Kruid met peper en zout. Schik de kip boven op de rijst. Overgiet met het braadvocht uit de ovenschaal.
Zet 45 m in de oven tot de rijst zacht is. Dek de pan af en laat 5 m rusten.
Snipper de peterselieblaadjes fijn, snij koriander en dille grof en strooi samen met de granaatappelpitten over de kip. Serveer.
*Zonder vel voor een hartvriendelijke versie.
**Vervang door olijfolie voor een hartvriendelijke versie.