♥︎Fregola Sarda met venusschelpen

Voor ➋ personen
200 g fregola 

500 g venusschelpen

3 tenen look, geperst of gesneden

1 zoete ui, fijn gesneden

2 takken selder, fijn gesneden

15 cl witte wijn

100 g Parmigiano
2 el mascarpone

zeste van 1 citroen
 
handvol peterselie, fijn gehakt

peper & zout

olijfolie


Bak ui en look in een scheut olijfolie op middelhoog vuur tot ze wat kleuren. Voeg selder toe en laat wat  aanstoven
. Spoel de schelpjes goed onder koud water en laat uitlekken. Voeg ze toe aan de pan en blus met witte wijn. Laat ze 3-4 m garen met deseksel er op tot de schelpen openen. Haal ze eruit met een schuimspaan, zodat het kookvocht in de pan blijft. 
Kook ondertussen de fregola zoals aangegeven op de verpakking (allicht 10 m). 
Laat het schelpenvocht in de pan nog 2-3 m koken voor extra smaak.
 Voeg de gekookte fregola toe aan de pan met het ingekookte schelpenvocht. Roer er de mascarpone, peper en zout, fijngehakte peterselie en geraspte Parmigiano door.
 Voeg de schelpen bij (ofwel uit de schelp gehaald of met schelpen).
 Werk af met wat extra peper, een drupje olijfolie en nog wat peterselie.

♥︎Pittige Marokkaanse wortelen

Voor ➍-➏ personen
500 g wortelen

1 tl zout

marinade:

sap van ½ citroen (2 el)

3 grote knoflookteentjes

¼ kopje  verse peterselie, fijngehakt

¼ kopje verse koriander, fijngehakt

4 el olijfolie

1 tl honing

1 tl zoete paprika

½ tl pittige paprika

½ tl gemalen komijn

½ tl zout


Schil de wortelen. Snijd in plakjes van 1,5 cm. Bedek met heet water met zout. Breng aan de kook. Verlaag vuur en dek af. Sudder 15 m. Laat uitlekken en stomen.

Plet knoflook met zout tot pasta. Meng grondig alle ingrediënten voor de marinade  in kom.

Voeg warme wortelen toe aan marinade. Schep voorzichtig om

Bedekken en zet 1-2 u in koelkast. Roer af en toe om.

Pinsa primavera met ansjovis

Voor ➍ personen
2 pinsabodems
400 g jonge spinazie
1 teentje knoflook
140 g groene pesto
125 g gemarineerde artisjokharten
50 g ansjovisfilet
250 g mozzarella
2 el gedroogde oregano
olijfolie 
nootmuskaat
peper & zout
Verwarm de oven voor op de hoogste stand. Spoel de spinazie en laat ze goed uitlekken. Pel en snipper de knoflook. Stoof de knoflook en de spinazie aan in een pan met olijfolie, kruid ze met peper, zout en nootmuskaat. Schep ze uit de pan en laat ze goed uitlekken in een vergiet. Duw er met de bolle kant van een lepel al het vocht uit.

Laat de ansjovis en de artisjokharten uitlekken. Halveer de artisjokhartjes. Bestrijk de pinsabodems met een laagje pesto en schep er de spinazie in hoopjes op. Werk ze af met de gehalveerde artisjokhartjes en ansjovisfilets. Scheur de mozzarella in stukken en beleg er de pinsa’s mee. Kruid de pinsa’s met de oregano en bak ze 10 minuten in de oven.

Werk de pinsa’s af met een beetje (pikante) olijfolie en de extra spinazie. Snij ze in stukken en serveer.

♥︎Brandade van kabeljauw & knolselder

Voor ➋ personen 
400 kabeljauwfilets zonder vel noch graten, in gelijke stukken*
500 g knolselder, geschild, in kleine stukken (3 x3 cm) 
6 teentjes knoflook, gepeld 
bussetje verse tijm 
25 cl visbouillon 
olijfolie 

Meng de knolselder en de look in een pan, zet onder visbouillon. Dek af en kook 15 m. 
Voeg de kabeljauw toe, en pocheer 5 m. 
Schep vis, knolselder en knoflook uit bouillon en prak klein in een ovenschaal. Voeg een scheut olijfolie toe, peper en zeezout. 
Zet de schotel 5 m in een voorverarmde oven op 180°C. 
Grill evt. voor 1-2 m om wat bij te kleuren. 

*of zeebrasem. of evt. in melk gewelde gedroogde stokvis. 

♥︎Crunchy tofu met paksoi & prei & champignons


Voor ➍
400 g tofu
marinade:
4 el sojasaus
4 el ahornsiroop
1 el verse gember
2 teentjes knoflook
2 tl sesamolie
2 tl kraantjeswater
2 tl maïzena
1 tl sichuan kruiden
wok:
250 g woknoedels
300 g paksoi
2 teentjes knoflook
2 sjalot of 1 (rode) ui
2 lente-ui
1 stengel prei
250 g champignons
100 g pindanoten of cashewnoten
½ bosje verse koriander
4 el gefrituurde uitjes optioneel, ter afwerking [niet hart-vriendelijk]
arachideolie
peper & zout
woksaus:
2 el sojasaus
2 tl rijstazijn of balsamico-azijn
2 tl sesamolie

Snij de blok tofu in de lengte. Leg de plakken tofu op een schone keukenhanddoek. Vouw de handdoek dicht en duw het vocht eruit. Leg er een gewicht op en laat zo nog even uitlekken.
Rasp intussen de look en gember fijn. Doe alle ingrediënten voor de marinade samen in een mengkom.
Haal de tofu vanonder het gewicht en snij in kubusjes van ca. 2 cm. Meng onder de marinade en zorg dat alle blokjes goed bedekt zijn. Zet opzij in de koelkast.
Kook de woknoedels beetgaar. Laat 1 m minder lang koken dan aangegeven op de verpakking (de noedels gaan nog even mee in de wok). Bewaar een kopje van het kookvocht om straks de saus mee af te werken.
Hak sjalot en look fijn. Snij prei in fijne ringen, de paksoi in grovere stukken. Snij de champignons in reepjes. Hak de pindanoten en koriander fijn. Hou alles opzij.

Verhit een flinke scheut arachideolie in een (wok)pan op een hoog vuur. Bak de tofublokjes langs alle zijden aan tot ze goudbruin en knapperig zijn. Haal ze vervolgens uit de pan en hou opzij.
Hergebruik de mengkom van de tofumarinade en meng hierin alle ingrediënten van de woksaus. Hou opzij.
Verhit een beetje nieuwe olie in de pan waarin je de tofu hebt gebakken op een matig tot hoog vuur. Voeg sjalot en look toe en fruit aan. Voeg hierna prei, paksoi en champignons toe en bak gedurende enkele min. Voeg vervolgens de gekookte woknoedels toe. Meng goed om. Tot slot voeg je de woksaus toe en een kopje van het kookvocht van de noedels. Meng goed onder elkaar en kruid af met peper en zout.
Serveer de wok samen met de gebakken tofu. Werk af met verse koriander, pindanootjes en gefrituurde uitjes.

Konijnstoofpot op Ligurische wijze

Voor ➍ personen 
1½ kg konijn, in stukken 
15 cl olijfolie extra virgine 
1 grote ui, in dunne plakken 
1 teen knoflook, grof gehakt 
takjes rozemarijn 
blaadjes salie 
klein takje tijm 
100 g zwarte (taggiasca) olijven 
2 glazen droge witte wijn* 
8 el tomatenpulp (polpo di pommodore met stukjes) 
zout & peper 
bloem 
50 - 100 cl bouillon* 

Was de stukken konijn. Dep ze droog en rol ze in de bloem. klop ze af. 
Verhit de olie in een stoofpot. Bak het konijn bruin. Voeg ui, knoflook, kruiden en olijven toe. Gaar de ui op lager vuur. 
Roer de wijn er door, en laat voor de helft verdampen.* 
Meng tomaten en peper en zout erdoor. 
Stoof konijn 1½ h op middelhoog vuur. 
Voeg evt. bouillon bij om het vochtig te houden. 
*Vervang evt. wat wijn door wat bouillon.

♥︎Geroosterde pompoensoep met walnoten & kruidenolie

Voor ➏ personen
1 kg pompoen, zoals kabocha 
400 g zoete aardappelen, ongeschild 
15 cl olijfolie 
5 g salieblaadjes 
1 rode chilipeper, in dunne schuine plakjes gesneden (10 g) 
1 prei, schoongemaakt en in ringen van 2 mm gesneden (200 g) 
1 grote ui, geschild en grofgehakt (240 g) 
10 g verse gember, geschild en in juliennes gesneden 
fijn zeezout 
½ tl gerookte paprika 
½ tl gemalen koriander 
2 kleine aardappelen (200 g) 
60 g walnoten 
1½ el ahornsiroop 
10 g korianderblaadjes, fijngehakt 
10 g peterselieblaadjes, fijngehakt 
1 tl fijn geraspte citroenschil 

Verwarm de oven voor op 200 °C. Leg de hele pompoen en zoete aardappelen op een bakplaat bekleed met bakpapier en rooster ze, halverwege een keer omdraaien, gedurende 1 h, tot ze zacht en goudbruin zijn. Haal ze uit de oven en verlaag de oventemperatuur naar 180 °C. Zodra ze koel genoeg zijn om vast te pakken, gebruik je een metalen lepel om de schil van de pompoen en zoete aardappel te pellen en de pompoenpitten eruit te scheppen. 

Doe 8 cl olijfolie in een kleine steelpan op middelhoog vuur, voeg de salieblaadjes toe en bak ze ongeveer 2 m, tot ze diepgroen zijn. Gebruik een schuimspaan om de salie eruit te halen, doe ze op een vel keukenpapier en laat ze knapperig worden. Voeg de chilipeper toe aan de hete olie, bak ze, af en toe roerend, ongeveer 2 m, tot ze dieprood zijn, en doe ze dan samen met de salie op het keukenpapier. 

Giet de hete olie in een grote pan op middelhoog vuur, voeg de prei, ui, gember en drie theelepels zout toe en kook, af en toe roerend, gedurende 5 m, tot ze zacht en doorschijnend zijn. Voeg de gerookte paprika en gemalen koriander toe, kook gedurende 1 m, tot ze geurig zijn, voeg dan het gekookte pompoen- en zoete aardappelvlees en 1,6 liter water toe. Schil en rasp de aardappelen op een snijplank en voeg ze toe aan de soep voordat ze verkleuren. Breng de soep aan de kook, zet het vuur laag en laat 15 m sudderen. 

Terwijl de soep kookt, maak je de notenbrokken. Bekleed een kleine bakplaat met bakpapier, beleg met de walnoten, ahornsiroop en een kwart tl zout en hussel om te coaten. Rooster, halverwege een keer roerend, gedurende ongeveer 10 m, tot ze geroosterd en goudbruin zijn, haal ze eruit, strooi de gefrituurde salie en chili erover, hussel om te mengen en laat afkoelen. 

Zodra de notenmix is afgekoeld, verfrommel je het papier om de brosse in kleinere stukken te vermalen. Maak de kruidenolie door de koriander, peterselie, citroenschil, de resterende 7 cl olie en een kwart theelepel zout in een kleine kom te mengen. Zodra de soep gaar is, haal je hem van het vuur en mix je hem met een staafmixer of gewone blender tot hij glad en fluweelzacht is. Voeg indien nodig nog een scheutje water toe om hem los te maken en verdeel hem over zes kommen. Verdeel de esdoorn-walnootbrosse erover en serveer hem besprenkeld met de kruidenolie. 

Maak extra esdoorn-walnoten als je dat lekker vindt: ze blijven goed in een luchtdichte verpakking en zijn heerlijk om over salades te strooien. Zowel de soep als de kruidenolie kunnen een dag van tevoren worden gemaakt, zodat je ze bij het serveren kunt combineren.

♥︎Wintertabouleh met geroosterde groenten

Voor ➍
1 bloemkool
½ pompoen
4 handenvol rucola
200 g gekookte kikkererwten
200 g tarwegriesmeel
120 g feta of 20 falafels
4 el olijfolie
4 tl gemalen knoflook, paprika, komijn
saus:
3 el olijfolie
1 el honing
1 el mosterd
1 citroen, sap
1 teentje geperste knoflook
afwerking:
granaatappel
koriander

Verwarm de oven voor op 200°C
Snijd ondertussen de bloemkool en pompoen in stukken van ongeveer 2 cm. Giet de kikkererwten af ​​en spoel ze af.
Verdeel de stukjes bloemkool en pompoen op een bord en bestrijk ze met de helft van de kruiden en olijfolie. 
Doe hetzelfde met de kikkererwten op een tweede bord.
[Of leg alles gespreid op een grote bakplaat].
Bak alles gedurende 40 m.
Kook het tarwegriesmeel met kokend water.
Bereid de saus voor. Meng de olijfolie, honing, mosterd, citroensap en het geperste teentje knoflook in een kom.
Bereid de wintertabouleh door rucola, griesmeel en geroosterde groenten te combineren. Besprenkel met de saus, bestrooi met verkruimelde feta of voeg de falafels toe en meng opnieuw. Werk evt. af met verse granaatappel en koriander. Serveer warm.

*De tabouleh-salade kan 2-3 dagen bewaard worden in een luchtdichte verpakking in de koelkast.

Linzer Torte

Voor ➑ porties
75 g geblancheerde amandelen
75 g geblancheerde hazelnoten
250 g patentbloem
225 g roomboter
130 g lichte basterdsuiker
1 ei
1 tl kaneel
⅛ tl kruidnagel
¼ tl zout
rasp van 1 citroen
280 g aalbessenjam*
1 eigeel
amandelschaafsel ter decoratie

Maal de amandelen en hazelnoten fijn een doe ze in een kom. Voeg de bloem, zout, kruidnagel, kaneel, citroenrasp, lichte basterdsuiker en boter toe.
Gebruik een deegsnijder/menger of twee messen om de boter door de overige ingrediënten te snijden tot een kruimelig geheel. 
Voeg dan het ei toe. Kneed tot een deeg met je handen. Maak een bal van het deeg, wikkel het in plasticfolie en laat het minstens 30 m in de koelkast rusten.
Verwarm de oven voor tot 175°C.
Neem  ⅔ van het deeg en druk het in een bakblik van 26 cm. Zorg dat de bodem volledig met deeg bedekt is met een  dikke rand maakt van  1 cm dik.
Voeg de jam toe, zorg ervoor dat de hele bodem van de taart bedekt is met jam.
Snijd de rest van het deeg in repen. Leg de repen op de taart en maak er een mooi rasterwerk patroon op. Bestrijk het deeg met eigeel.
Versier de Linzer Torte met wat amandelschaafsel en bak het geheel 45-60 m af in de oven.

* (of frambozenjam)


♥︎Snel mueslibrood

Voor ➓ porties 
50 g havermoutvlokken 
2 el havermoutvlokken voor afwerking 
30 cl (haver)melk 
240 g speltmeel 
1½ tl bakpoeder 
1 tl kaneel 
3 el honing of appelstroop 
1 ei, los geklopt 
125 g krenten en/of rozijnen 
50 g gedroogde abrikozen 
5 el grof gehakte amandelen (of meerdere soorten noten) 
klein beetje roomboter 
vorm brood / cakebakvorm 9 x 21cm 

 Doe de havermout in een kom de melk. Laat het 30 m rusten. 
Verwarm de oven voor op 180°C. 
Vet een cakevorm in met een beetje boter en leg op de bodem een klein velletje bakpapier. Voeg na 30 m alle andere ingrediënten in de kom. Roer het geheel door elkaar met een vork of meng in een keukenrobot op lage stand. 
Voeg de de droge ingrediënten als laatste toe en meng nog 30 s. 
Schep het mengsel in de vorm en strijk de bovenkant glad en bestrooi het met 2 el havermout. 
Bak het mueslibrood 45 m of tot het goed gaar is en bovenop bruin. 
Laat het brood wat afkoelen in de vorm, stort het brood dan op een rooster, verwijder het bakpapier en laat het brood helemaal afkoelen. Bewaart 4-5 dagen.