Voor ➍ personen½ granaatappel
2 middelgrote venkels
1½ el olijfolie
2 tl sumak, plus extra om te garneren
sap van 1 citroen
4 el dragonblaadjes
2 el grof gesneden bladpeterselie
70 g Griekse feta, in plakjes
zout & zwarte peper
Haal de pitten uit de granaatappel.*
Snijd de stelen met het blad van de venkelknollen, houd wat groen achter om te garneren. Snijd de wortelschijf van de knol maar laat voldoende zitten om de plakken bijeen te houden. Snijd de knol overlangs in heel dunne plakken**.
Roer in een kom de olijfolie, sumak, citroensap, kruiden en wat zout en peper door elkaar. Schep de plakken venkel erdoor. Proef of er nog zout en peper bij moeten, maar bedenk wel dat de feta ook al zout is.
Schik de plakken venkel met daarop de feta en de granaatappelpitten op de bord
*U kunt hem daarvoor het beste langs de buik halveren (u hebt maar een halve vrucht nodig) en neem hem stevig in uw hand met de gesneden kant naar uw hand gericht. Sla boven een kom met een houten lepel op de schil. Sla niet te hard, want dan kneust u de pitten en scheurt de schil. Op magische wijze vallen alleen de pitten eruit. Haal eventuele witte vliesjes die meekomen eraf.
**(een mandoline is hiervoor superhandig).